PV 1107 – Proces-verbaal van inlichtingen

Ten jare 1918 den 18 December om 11 ¾ s’ morgens.

Wij De Coninck Edmond adjt opziener van politie der 4e wijk behoorlijk afgevaardigd, ontvangen van den genaamde Vlassenwaat Frans, geboren te Antwerpen den 7 Januari 1893 en wonende Reyndersstraat n° 19, glazenmaker de volgende vlaamsche klacht:

Den 6e December 1916 werd ik door de Duitsche overheid aangehouden en in ’t gevang alhier opgesloten. Den 22 februari 1917 werd ik veroordeeld tot acht maanden gevang en in maart 1917, ik denk dat het ook den 22ste  was, werd ik verwezen tot 6 maanden gevang. Op 18 of 19 July 1917 werd ik naar Duitschland gevoerd waar ik in ’t gevang te Siebing bij Keulen gedurende negen maanden bleef opgesloten. Wanneer mijn straf verstreken was werd ik naar ’t kamp van Holshminder gezonden, waar ik verbleef tot den wapenstilstand. De eerste straf werd mij toegekend voor het smokkelen van brieven, die door de Belgische krijgslieden naar hunne familie werden gezonden. Ik werd betrekkelijk deze zaak ondervraagd door de duitsche onderzoeksrechters, Smits en Schoenmakers in ’t gevang alhier, omdat ik gestraft ben geweest heb ik van hen zelfs vernomen dat de genaamde Celina De Winter wonende in de Burburestraat en Mozes ik ken dezes voornaam niet, wonende t/s Rijnkaaij n° 50 mijne verklikster waren. Die juffrouwen Mozes is de moei van De Winter Celina. Ik heb geene andere bewijzen kunnen plichtigheid van verraad dan de gezegden van de voornoemde onderzoeksrechters, stoffelijke bewijzen bezit ik niet.

Na voorlezing volhardt hij en tekent met ons.
Vlassenwaat Frans
De Coninck

Waarvan akte op datum als voren
(get) De Coninck