Stad Antwerpen – Bestuur der havenwerken, Hoofdingenieur.
Antwerpen, den 17n december 1918.

Mijnheeren,

Ik heb de er ter uwer kennis te brengen dat op heden 16 december 1918, zich een ongeval heeft voorgedaan op kaai nr. 74 van het Kanaaldok.

De tijdelijke werkman De Bruyn Alexander, wonende Tulpstraat nr. 93 gebezigd aan het vervoer van grind, is gedurende de middagrusturen, in een der ijzeren afsluitingen binnengedronken, niettegenstaande het opschrift “betreden levengevaarlijk”. Uit deze afsluiting heeft hij een drietal granaten weggenomen en daarna getracht deze los te vijzen.
Een der granaten ontplofte en rukte een gedeelte der linkerhand van De Bruyn af. Na eene voorloopige verzorging ter plaatse is hij overgebracht naar het verbandhuis. Daar het ongeluk is voorgevallen tijdens de rusturen en toe te schrijven aan groote onvoorzichtigheid vanwege het slachtoffer heeft de Stad zich daar niet verder mede bezig te houden, daar, mijns dunkens, het geen werkongeval is.

Dit alles nachtans bewijst dat het nuttig ware deze gevaarlijke stoffer (er bevinden zich duizenden granaten zonder bewaking aan de kaaien) door de militaire overheid te doen wegvoeren.

De hoofdingenieur
Bestuurder der Havenwerken.