Beheer van staatsspoorwegen – Antwerpen Centraal.

Antwerpen, 5 december 1918
Aan de Heeren Burgemeesters der gemeenten waar spoorwegen doorlopen.

Mijnheer de burgemeester,
Ik heb de eer uwe aandacht te roepen op het feit dat eene groote hoeveelheid materiaal, behoorende aan de staatsspoorwegen, in oktober 1914 en in november 1918 verdwenen zijn, ten gevolge van wezenlijke diefstallen of van pogingen om dit materiaal aan de Duitsche overheid te onttrekken Daar het bestuur al dit materiaal noodig heeft, heb ik de eer U te verzoeken volgend bericht in uwe gemeente kenbaar te maken.

Bericht aan de bevolking

Ten einde de spoorwegen zeer spoeding mogelijk in hunnen normalen toestand terug te brengen, wordt ter kennis der bevolking gebracht dat alle personen, die alle soort materiaal van de spoorwegen, hetzij in oktober 1914, hetzij in november 1918 geborgen hebben, dit materiaal op staanden voet en ten laatste binnen de 8 dagen moeten inleveren, tegen schriftelijk bewijs van den naastbijzijnden statieoverste. Vrijwillige en onmiddelijke afgifte zal in geen geval eene aanklacht bij de Justitie voor gevolg hebben. Het verdere achterhouder zal als diefstal aanzien worden en rechterlijke vervolging veroorzaken.

Ik durf hopen, Mijnheer de Burgemeester, dat de lokale politie alles zal doen wat mogelijk is tot het ontdekken en het doen afleveren van het geborgen materiaal. De heer Procureur des Konings heeft afschrift dezes ontvangen.

Hoogachtend,
De hoofdingenieur, dienstbestuurder
Criek.

Uit: 700#1387