Antwerpen, den 12 December 1918

Aan Mijnheer Van Asperen.
Overste van den Inkwartieringsdienst
Reynderstraat, 43. T/S.

Geachte Heer,

De ondergetekende portierster van de meisjesschool, 5, Haantjeslei, 64, Komt U bij deze te vragen dat U zoudt gelieven de voorwerpen die voor het ziekenhuis der duitschers gediend hebben en aldaar achtergelaten, te willen laten seffens weghalen om de volgende reden:
Soldaten zijn daar thans ingekwartierd en alles zelfs stoelen en kisten verdwijnen. Als de deuren ’s avonds met sleutels gesloten geweest met sleutels en hangsloten, dat alles hebben zij verwrongen. De deuren hebben wij dan met planken toegenageld en zij hebben dan op den zijkant de planken doorgezaagd en alzoo binnengedrongen. Alle dagen wordt dit dicht genageld en ’s morgens staat alles opengebroken en alles verdwijnt.
Zoudt u zoo goed willen zijn Mijnheer Van Asperen daar seffens middel aan te schaffen dat zulks ophoudt.
U steeds op voorhand dankbaar zijnde noem ik mij.
(get.) Louise Smet.

Voor gelijkvormig afschrift.
Antwerpen, den 12 December 1918.
De Hoofdopziener der Stadsgebouwen.

(700#1375)