PV 1023 – Proces-Verbaal van inlichtingen.

Ten jare negentien honderd en achttien den zevenden December.

Wij Vermeulen August adjt. commissaris van politie gehecht aan de vierde wijk behoorlijk afgevaardigd door den heer Hoofd Commissaris, ontvangen van de genaamde Van den Bril Lodewijk, koopman geboren te Brasschaat den 14-1-1878 wonende Leeuwenstraat n° 18 de volgende verklaring in de vlaamsche taal:

De genaamde Offermann, wonende Bischopstraat n° 40, van Duitschen oorsprong, verblijft nog in deze stad. Ik houd er aan u kennis te geven daar deze Teutoon verdacht is allerlei koopwaren alhier opgekocht te hebben en ze naar Duitsland over te zenden. Eenige dagen voor het uitbreken van den oorlog vroeg hij mij of ik geene erwten of boonen te koop had. Hij zegde mij dan dat die koopwaren voor Duitsland bestemd was. Ten einde na te gaan of deze persoon gedurende den oorlog nog handel met den vijand dreef werden de boeken van den makelaar van Hout Jan, Van Wezenbekestraat dienen na gezien te worden, alsook die van de koopman Luteraan, Carnotstraat […..] der genaamde Van den Broeck, koopman Vlaanderenstraat n° 5 had veel betrekking.

Ik had er ook aan u op de hoogte te brengen dat het wenselijk ware dat de zaken gedreven door Van Hoydonck Robert te Loenhout en Francken Alfons te Achtebroek Calmthout zouder dienen nagezien te worden. De genaamde Francken, huidevetter te Calmphout (achterbroek) kocht huiden op voor den vijand.

Na vervolging volhardt en teekent met ons
Waarvan akte datum als volgt

Van den Bril
Vermeulen