BESLUIT

BETREFFENDE HET VERKEER AAN DE HAVEN

De Generaal-Majoor, Krijsgouverneur der provincie Antwerpen;

GEZIEN DEN STAAT VAN BELEG;

Gezien de noodzakelijkheid de diefstallen te beletten aan de haven, waar zij elken dag in grooter getalle worden gepleegd; herzien het besluit van den burgemeester van Antwerpen onder dagteekening van 5 Augustus 1914.

BESLUIT:

Art.1. – in het gedeelte der Stad Antwerpen begrensd door de Schelde, de Zuidstatie, de Gentstraat, de Gentplaats, de Vlaamsche Kaai, de Scheldestraat, de St. Michiels-, Plantijn-, Van Dijck-, Jordaens-, Ortelius-, Van Metteren- en Tavenierskaaien; de brouwersstraat, het Van Schonbekeplein, de Oude Leeuwenrui, de Ankerrui, de Entrepotplaats, de Koeikensgracht, de Handelslei (gedeelte langs den Entrepot), de Ellermanstraat, den Viaduc- Dam voor voetgangers, de Asiakaai Oost, den Vaartdijk (Zuid), de Noordschippersdok en de Noordervestingen der Stad tot aan de Schelde, – inbegrepen al de straten en openbare wegenissen hierboven vermeldt wordt

tot den 31n  Januari 1919, van 17 uren tot 7 uren ’s morgens, van 1 tot 28 Februari 1919, van 17 ½ uren tot 6 uren ’s morgens, van 1 tot 31 Maart 1919, van 18 ½ uren tot 5 uren ’s morgens,
het verkeer als volgt geregeld:

  1. Samenscholingen van meer dan vijf personen zijn verboden.
    buiten de straffen hierna bepaald tegen de overtreders, zullen dergelijke samenscholingen met gebruik van wapens uiteengedreven worden zonder voorafgaandelijke vermaning.
  2. Geen voertuig wordt toegelaten;
  3. Het is insgelijks aan elkeen verboden in het hierboven aangduide gedeelte der Stad drager te zijn van een pak of welke vracht ook.

Art.2. – Gedurende  de uren hierboven aangeduid, is het verboden bij roei- of motorbootje te varen zoowel op gansch het gedeelte der Schelde langsheen de Kaaien van Antwerpen als op de gansche uitgestrektheid der dokken.

Er zal geschoten worden zonder voorafgaande vermaning op de bemanning van elk roei- of motorbootje die gedurende de uren hierboven bepaald zou trachten aan wal te zetten.

Art.3. – Het verkeer van de tramrijtuigen der lijn n°. 6 is verboden gedurende dezelfde uren, op gansch het gedeelte dier lijn gelegen langs de kaaien.

Art.4. – De overtredingen op het tegenwoordig besluit zullen gestraft worden met eene gevangenisstraf van drie dagen tot drie maanden en met eene geldboete van tien tot drie honderd franken, of met eene enkele dier straffen.

De goederen of koopwaren waarvan de overtreders dragers zouden zijn zonder hunne afkomst te kunnen bewijzen, zullen verbeurd verklaard worden.

Art.5. – Het tegenwoordig besluit treedt in voege den 8n Januari 1919, om 17 uren.

Gedaan te Antwerpen, den 4n Januari 1919.

De Generaal-Majaar, krijgsbevelhebber,

Mahieu