Wij, Geurickx Victor, adjunkt Commissaris van politie, gehecht aan de 2e wijk, behoorlijk afgevaardigd door den Heer Commissaris, ontvangen van onze politieagent Bryon Gerard, het volgende Vlaamsch verslag:

“op 7-1-1919 rond 6 1/2 ure ’s avonds heb ik op aanduiding van eenen militairen officier ten bureele gebracht Donse Eugeen, geboren t/s op 30-7-1901, student, wonende Korte Ypermanstraat 11 t/s. Dewelke volgens ik vernam deel zou genomen hebben aan eene samenscholing, strooibilletten uitgedeeld en de militairen zou uitgefloten hebben. Ik persoonlijk heb van die feiten niets bestatigd.”

Wij onderhooren desaangaande Klerks Theodoor Henri, geboren t/s op 13-7-1876, wonende te Borgerhout, Zwarte Leeuwstraat 34, walkapitein, welke ons verklaart:

“Ik heb op de Meirplaats gezien dat er eene stoet van ongeveer 200 personen en waartusschen dezen persoon (Donse) ook was. Zij floten, riepen en zongen den Vlaamschen Leeuw en dat zij Vlaamsche regimenten moesten hebben. Op dit oogenblik gingen er twee Fransche soldaten voorbij, welke door deze groep en ook door dezen persoon uitgefloten werden en geroepen werd ‘A bas les fransquillons’. De burgerij is er tusschen gekomen en achtervolgde deze groep tot op de Statieplein en daar werden zij uiteengeslagen met behulp der soldaten van de statie en gingen loopen. Deze persoon liep eene herberg binnen, hoek Carnot- en Loosstraten alwaar men hem terug buiten liet langs den bijzonderen ingang, dan vluchte hij verder weg in eene andere café in de Loosstraat, alwaar de soldaten hem buiten gehaald hebben en op aanduiding van eenen officier naar hier gebracht werd.”

 

(…)

Donse Eugeen (hooger vermeld) zegt;

“Ik ben heden namiddag op eene meeting geweest. in den Kalkoenschen Haan, belegd door het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond. Na die meeting hebben wij in groep eenige straten afgeloopen tot op het Statieplein, alwaar wij uit elkander gejaagd werden. Ik heb ook zooals de anderen eenige strooibilletten uitgedeeld en dewelke op de hoogervermelde meeting uitgedeeld waren. Ik ben in die herbergen binnengevlucht omdat ik ook door het publiek afgeslagen werd, doch ik loochen de soldaten uitgefloten te hebben. Ik heb slechts eenen aktivist in onze groep bemerkt, doch deze behoorde niet bij onze groep en liep er maar nevens.”

Van bovenstaande hebben wij Proces-Verbaal opgesteld om aan den heer Procureur des Konings toegezonden te worden.
Antwerpen, den 8 januari 1919