Antwerpen, 10n februari 1919

De Burgemeester aan den heer Bevelhebber der plaats Antwerpen.

Mijnheer de Bevelhebber,
Er is bij ons bestuur eene klacht ingekomen uitgaande van enkele inwoners der Prinsesstraat, waarin zij zich beklagen over de uitbating der herberg Prinsesstraat 47, die voornamelijk door soldaten bezocht wordt. Naar het schijnt is deze herberg eene vergaderplaats van meisjes van lichte zeden.

Alhoewel er tot heden nog geene feiten zijn kunnen vastgesteld worden, die de sluiting van dit lokaal als geheim ontuchthuis zouden wettigen, ware het toch wellicht wenschelijk om den toegang tot deze herberg te verbieden aan de militairen van het garnizoen.

Aanvaard, Mijnheer de Bevelhebber, de verzekering mijner hoogachting.
De Burgemeester, Jan De Vos.