Stad Antwerpen – Commissariaat van politie der 4de wijk
Antwerpen, 3 februari 1919

Antwoord op het schrijven den Heer Procureur des Konings in datum van 17 januari 1919, n°5497

Oorlogsgebeurtenissen voorgevallen in de 4de wijk:

De celgevangenis gelegen in de Begijnenstraat 42, werd gedurende de beschieting van Antwerpen door vier bommen getroffen. Tijdens dit voorval ontstond er tusschen de gevangenen eene algemeene vrees, zij riepen om hulp en poogden uit hunne cel te breken.
De Heer Procureur des Konings, verleende toelating aan den heer Bestuurder van het gevang, de poorten te openen en de gevangenen vrij te laten. Dit was op donderdag 9 October 1914. ’S anderendaags rond den middag, kwamen de duitschers ’t gevang bezetten.
Eenige dagen voor den aftocht der duitschers kwamen eenige soldaten (oproerige gasten die deel uitmaakten van den arbeiders en soldatenraad) voor het gevang en eischten toegang om eenige hunner gevangenen in vrijheid te stellen. Op de weigering van de van dienst zijnde wacht de poort te openen, beukten die soldaten op de poort tot deze toegaf. Met de wapens in de hand, liepen ze de gevangenis binnen en verleenden de vrijheid aan de politieke en aan tien burgerlijke gevangenen.

Statie “Land van Waes”

Tijdens den inval der duitschers, in het oostelijk gedeelte van ons land, kwam eene groote menigte vluchtelingen in onze stad. Het grootste gedeelte daarvan week uit naar het Westen en ieder trachte zoohaast mogelijk weg te komen.
Ieder was voorzien van koffers, pakken, beddegoed, mondvoorraad en hinderlijke voorwerpen. In ’t begin van October 1914 was de beweging in de statie “Land van Waes” zoo druk, dat er geene goederen meer met vluchtelingen konden verzonden worden. Die goederen moesten dus achterblijven.
Deze werden gestapeld in het magazijn der statie, dat weldra ontoereikend was om er alles in te bergen. Daardoor werd er een ander groot getal koffers en pakgoed op de kaai der aanlegplaats bijeengebracht. Toen viel de beschieting der stad voor. Eenige dagen nadien werd de statie Waes door krijgslieden bezet. ’T was als een zwerm gieren die zich op eene prooi wierpen, al de koffers en pakken werden door de duitsche soldaten geopend en de inhoud dooreen geworpen, alles wat hen dienen kon eigende ze zich toe, het overige werd aan het volk, dat zich daar middelerwijl had verzamelt weggegeven. Al wat er zich in het statiegebouw bevond, meubelen, papieren, kaartjes en bijhorigheden van dienstzaken, alles werd beschadigd, verbrijzeld en buiten geworpen. De koffrefort, de stoven, de ruiten, alles werd verbrijzeld, het gelijk een ware verwoesting. Later werd dit alles opgeruimd en tot hunner aftocht werd er in de statie eene krijgshavenwacht ingericht.
Straf aan een gedeelte der bevolking van de 4de wijk:

Den 13 Maart 1918, werd er in de Begijnenstraat, een burger door een geheim duitsche politie-agent, met een revolverschot gedood, onder voorwendsel dat hij verdacht was van spionneeringen die door de burgerlijke bevolking bedreigd werd hem te bevrijden. Door de generaal majoor von Wolf werd aan de bevolking de 4de wijk, die zoogezegd aan den tegenstand tegen de politiemacht zou deelgenomen hebben, verbod opgelegd, zich tusschen 6 ure ’s avonds en 6 ure ’s morgends nog op de straat te vertoonen. Die straf gold voor de inwoners wiens huizen gelegen waren tusschen den kring gevormd door de Begijnen, St Jan-Steenbergstraten – St Andriesplaats – Kte Vlier-Klooster en Kronenburgstraten. Gedurende de uitvoering der opgelegde straf, doorkruisten verscheidene duitsche patrouilies het beschreven gedeelte.
Gezien de waardige houding der bewoners, die zich stipt naar de opgelegde bevelen gedroegen, werd die maatregel na een vijftiental dagen ingetrokken.

Hierbij de lijst der beschadigde en vernielde huizen tijdens de beschieting van Antwerpen op 8 en 9 October 1914.
Lijst der beschadiging

De adjunkt Commisaris.

(700#1345)