Stad Antwerpen – Brandweer.

Antwerpen, den 17 mei 1919.
Mijne Heeren,

Ik heb de eer ter Uwer kennis te brengen dat wij in het bezit zijn van 3 autorijtuigen welke het eigendom der stad niet zijn, te weten:

  1. Een autorijtuig “F.N.”, 16HP, n° 338 van den motor, toehoorend aan het leger en hetwelk bij den aftocht in 1914, op den steenweg van Austruweel achtergelaten werd. Dit rijtuig werd door onze soldaten gansch voor het gebruik onklaar gemaakt opdat het niet bruikbaar in de handen der Duitschers zou vallen. Wij hebben het naar de kazerne gehaald alwaar het ondergebracht werd, en waar het veranderd werd in 1e hulpwagen, bestemd voor den wachtpost der d’Herbouvillekaai.
  2. Een auto, merk “Renault”, n° 4120 van den motor, toebehoord hebbende aan den heer Landan, Frankrijklei 26. Dit rijtuig werd door ons leger opgeeischt en deed bij het uitbreken van den oorlog den dienst der militaire brievenbestelling. Bij den aftocht in 1914 werd het bij den heer Dupont-Fourdrigniers, Ternickstraat 13/15, onder dak gebracht. Opdat de duitschers er echter de hand niet zouden op leggen werd dit rijtuig naar de Middenkazerne gehaald en nadat het dienst gedaan had voor den Bevoorradingsdienst, werd er een vrachtwagen (camion) van gemaakt, bestemd voor de kazerne der Viséstraat, welke rond dit tijdstip door ons als post werd ingericht.

    Deze twee auto’s thans ingericht zijnde om mede den branddienst te verzekeren, kom ik U verzoeken aan het Staatsbestuur te vragen ze ons wel te willen verkoopen.

  3. Een auto (limousine), merk “Métallargique”, n° 1536 van den motor, taksplaat n° 10714. Dit rijtuig was het eigendom van den heer Burggraaf Vilain XIIII, van Basel, en werd eveneens door ons leger opgeeischt. Het werd, na den aftocht, in 1914, op den openbaren weg in de Lange Leemstraat verlaten gevonden en nadat het in een huis derzelfde straat geborgen was geworden, heeft de heer adjunkt Van Cutsem der 6e wijk, ons van deze zaak op de hoogte gebracht. Wij zijn dit rijtuig gaan halen en hebben het in den post der Viséstraat geplaatst waar het zich thans nog bevindt. Het is door ons nooit gebruikt en kan dus in denzelfden staat aan de krijgsoverheid terug gegeven worden.

 

De Bevelhebber
Bestuurder der Brandweer.