Afzender: A. Schoeters Geadresseerde: Buyssens Front den 10–4–18 Mijn waarde Heer Buyssens, Vergeef mij U lastig te vallen, en u weder van uwe zou noodigen tijd te berooven, maar ziehier eene zaak van het allergrootsche gewicht, voor mij persoonlijk wel niet, doch belang ze me aan, of beter gezegd, ligt mij nauw aan ’t hart.(…)